Het boek waar ik nu aan werk speelt zich in Delft af. Dat heb ik al eerder vermeld. Het mooie van die stad is dat er nog steeds de zeveniende eeuwse stad in te herkennen is. Daarnaast is het natuurlijk de stad van mijn jeugd.

Niet dat ik in de binnenstad opgegroeid ben. Goed, ik ben er wel geboren, in het Bethelziekenhuis, dat toen nog aan het Bagijnhof lag. Maar we woonden in een buitenwijk. Eerst in het buurtje bij de Van Foreestweg en later in de Buitenhof. Als kind kwam ik er zelden in het centrum. Boodschappen deden we vlakbij en voor nieuwe kleren gingen we naar Rijswijk, waar een (toen) heel modern winkelcentrum was.

Toen ik op de middelbare school zat, hadden we gym in de gymzaal van het politiebureau. We zetten onze fietsen neer bij de studentensociëteit Virgiel, wat ook in de zeventiende eeuw al geen klooster meer was. Alle kloosters waren opgeheven na de reformatie. Het kruitmagazijn, wat in mijn boek ontploft, was ook in een voormalig klooster gevestigd. Verder ging ik er winkelen en natuurlijk uit. En ik heb nog een baantje gehad in de bibliotheek, die toen nog in een aftands pand aan de Oude Delft zat.

Het leuke is dat ik bij het schrijven van dit boek de personages rond zie lopen in de stad die ik ken. En dat ik mijn stad juist ook weer met een heel andere blik bekijk. Ik kom er nog geregeld, er woont nog steeds familie en mijn lief heeft er gestudeerd. Vaak maken we een ommetje door de binnenstad. Laatst heb ik bijvoorbeeld bekeken hoe het gebied er nu uitziet waar die ontploffing plaatsvond. Er is veel veranderd.

Maar dat is goed. Het is ook goed om daar door heen toch ook de oude stad nog te zien. Als je wilt weten hoe een stad in die tijd was, kun je heel goed hier beginnen. Dit jaar presenteert Delft zich als Gouden Eeuw stad, met allerlei activiteiten en tentoonstellingen.

Het is net alsof ze dat voor mij doen.


Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.