Zelfportet, het opzienbarende leven van Louise Hollandine van de Palts

Zelfportret, het opzienbarende leven van Louise Hollandine van de Palts , gaat over een zeventiende-eeuwse prinses met een turbulent leven. Jaren geleden las ik het boek The daughters of the winterqueen van Nancy Goldstone en raakte ik geïnteresseerd in haar leven. En dat van haar zussen. Want Louise was niet de enige met een interessant verhaal.
Elisabeth, de oudste, was een intellectueel, is nooit getrouwd en is naar Berlijn verhuisd om haar eigen gang te kunnen gaan. Haar correspondentie met Descartes is beroemd en het laatste deel van haar leven was ze hoofd van een soort protestant klooster voor vrouwen in Duitsland. Henriette-Maria was een vriendelijk meisje dat met veel moeite overgehaald kon worden naar Berlijn te gaan om bij Elisabeth te logeren. Daar werd ze verliefd op een Transsylvaanse prins met wie ze trouwde. Ze ging met hem mee en stierf al na een jaar, misschien wel van heimwee. Haar echtgenoot overleefde haar amper.
Sophia was de jongste en is de oermoeder geworden van het huis van Hannover, en daardoor van het Britse koningshuis. Maar zij schreef ook duizenden geestige brieven en was een mecenas voor kunstenaars en geleerden, zoals Gottfried Leibniz.
Toch heb ik gekozen voor Louise. Want Louise was een kunstenaar. Zij is het langst van allemaal bij haar moeder blijven wonen, maar koos uiteindelijk ook haar eigen pad. Welk pad dat was, laat ik haar in dit boek zelf vertellen.
Als dochter van de gevluchte koning en koningin van Bohemen groeide zij op in Leiden en Den Haag, aan haar eigen koninklijke hof en dat van de stadhouder, Frederik Hendrik. Ze kreeg een gedegen opvoeding, eerst aan het kinderhof in Leiden en daarna bij haar moeder. In Leiden hadden de vele kinderen een eigen huishouden, zodat de jongens naar de universiteit konden en de meisjes zich in alle rust konden ontwikkelen. Ze kregen allemaal teken- en schilderles, maar alleen Louise en haar broer Rupert bleken daar talent voor te hebben. Iemand van adel kon best zo’n liefhebberij hebben, maar daar moest het bij blijven. Toen Louise naar Den Haag verhuisd was, kreeg ze veel les van hofschilder Gerard van Honthorst (1592-1656).
Voor haar moeder Elisabeth Stuart, de koningin waren haar dochters belangrijke pionnen in het diplomatieke spel. Ze wilde hen aan de juiste man koppelen, zodat haar gezin weer een machtsfactor in Europa kon worden. Daar moest veel voor wijken. Louise hield dan wel van het hofleven, van bals, concerten en andere sociale bijeenkomsten, maar ze wilde ook kunnen schilderen. Omdat er niet snel een man voor haar gevonden werd (en voor haar zussen), ging dat elkaar steeds meer in de weg zitten.
De koningin mocht de Republiek niet verlaten. Om haar reputatie hoog te houden, diende zij een hof van allure voeren en daar was veen geld voor nodig. Dat had ze niet. Daardoor maakte veel schulden en de Staten van Holland waren bang dat die nooit betaald zouden worden als ze het land uit zou zijn. Maar haar kinderen vertrokken wel allemaal. De jongens naar parijs en naar het leger van de Britse koning, haar broer, en de meisjes naar verschillende hoven. Louise was de laatste die overbleef en leed onder de frustraties van haar moeder.
Toen besloot ook zij te gaan. Ze veranderde van religie en liet zich dopen als katholiek. De tweede helft van haar leven woonde ze als non en al snel als abdis in de Koninklijke abdij van Maubuisson, vlakbij Parijs. Hier is ze altijd blijven schilderen.
Veel van wat ik in dit boek beschrijf is echt gebeurd, maar sommige zaken heb ik zelf ingevuld. Ook heb ik de chronologie wat naar mijn hand gezet. Het is tenslotte een roman. Als je, zoals Louise, ver in de tachtig bent en schrijft over je leven, kun je je natuurlijk vergissen.
Zoals gewoonlijk heb ik het verhaal gebaseerd op gedegen onderzoek. Ook heb ik diverse locaties bezocht. Zeker de abdij van Maubuisson is een bezoekje waard. Een deel van het gebouw staat er nog en is nu een centrum voor moderne kunst, maar ook de geschiedenis is er zichtbaar. Vanaf Gare du Nord is het een kort ritje met het forenzentreintje.
Voor dit boek moet ik twee mensen bedanken die mij erg geholpen hebben. Bianca Nederlof van Manuscriptredactie.nl heeft me geholpen er een veel beter verhaal van te maken. En Luuk Postmes natuurlijk vanzelfsprekend. Meer interesse in deze personen in het boek? Dan staan hieronder een aantal bronnen die ik gebruikt heb.
Boeken:
Daughters of the Winterqueen – Nancy Goldstone
Elizabeth Stuart, Queen of hearts – Nadine Akkerman
L’Abbaye Notre-Dame-La-Royale, dite de Maubuisson – Armelle Bonis, Monique Wabont
Vrouwen en kunst in de Republiek. Een overzicht – red. Els Kloek, Catherine Peters Sengers, Esther Tobé
Websites
https://fr.wikipedia.org/wiki/%C3%89lisabeth-Charlotte_de_Bavi%C3%A8re
https://research.rkd.nl/nl (als je haar naam intypt zijn alle bekende werken van Louise Hollandine te vinden)
https://resources.huygens.knaw.nl/vrouwenlexicon/lemmata/data/LouiseHollandine
https://resources.huygens.knaw.nl/vrouwenlexicon/lemmata/data/SophievanHannover
https://resources.huygens.knaw.nl/vrouwenlexicon/lemmata/data/palts