Moeder
Mijn moeder zou, als ze nog geleefd had, op 18 september 95 jaar geworden zijn. Maar aangezien zij al zeven jaar geleden overleden is, gaat ze de verschijning van mijn nieuwe roman, op precies die dag, niet meer meemaken.
Louise, de hoofdpersoon uit dat boek, had (ook) een ingewikkelde relatie met haar moeder. Zij (net als haar broers en zussen) vervulde vooral een strategische rol, ze was een pion die ergens geplaatst diende te worden, zodat de familie weer een rol kon gaan spelen op het Europese toneel. Toen dat niet zo soepel ging als har moeder gewild had, wisten ze niet meer zo goed wat ze aan elkaar hadden. Hoe dat verder ging, zal ik nu niet vertellen, want dat is te lezen in het boek.
In Zelfportret vertelt Louise hoe zij het zag. Daardoor komen sommige kwaliteiten van haar moeder, Elizabeth Stuart, niet erg uit de verf. Gelukkig is er door anderen veel over deze vrouw geschreven. Maar over hoe ze als persoon was, weten we natuurlijk niet precies.
Ik denk dat ze een sterke vrouw was. Jong getrouwd, jong haar lievelingsbroer verloren en als vrouw van haar net zo jonge echtgenoot vertrokken uit Engeland naar een Duitse staat waar ze niemand kende en waarvan ze de taal niet sprak. Maar toch was ze al direct adviseur van haar man, fervent schrijver van heel veel diplomatieke brieven en uiteindelijk moeder van dertien kinderen, waarvan er één geboren werd in een verlaten kasteel, terwijl ze op de vlucht was voor de troepen van de keizer.
Na het overlijden van haar oudste zoon en dat van haar man, bleef zij ijveren voor het herstel van haar geslacht. En toen zij er al lang niet meer was, is een van haar kleinzonen koning van Engeland geworden. Zij zelf reisde aan het eind van haar leven eindelijk terug naar Londen en stierf daar zonder ook maar een van haar kinderen bij zich.
Op een bepaalde manier was ze een formidabele vrouw. Net als eigenlijk mijn moeder.