Poseren

Hoe lang moet ik nog blijven zitten met dat stomme hoedje op? Mijn broertje zit op de schommel en mijn zusje met een boek op de veranda, in de schaduw. Mama zegt dat het een eer is dat tante Jo mij wil schilderen, dat ze speciaal voor mij gekomen is, met die hoed Dat ik dat hoedje mag houden en daar dus blij mee moet zijn.
Maar ik zit al uren op mijn stoeltje en het is zo warm. Ik voel het zweet over mijn rug lopen en mijn hoofd doet pijn. Mijn zus heeft een heel dun jurkje aan, maar om mij te schilderen, wilde tante Jo dat ik mijn zondagse aandeed, en daaroverheen mijn schort. Ze vindt het zonlicht mooi voor de kleuren op het schilderij, maar zij zit onder een parasol.
Nu moet ik ook nog plassen, maar ik mag niet praten. Misschien merkt ze het als ik wat ga zitten wiebelen.
Ze zegt enkel dat ik stil moet zitten. Ik doe mijn best. Hoe beter ik stil zit, hoe sneller ze klaar is, zegt mama. Dan is het zo voorbij en heeft zij een prachtig portret van mij. Ze beloofde me dat ik wat lekkers zou krijgen als het klaar is. Een ijsje of een taartje denk ik. Daarom ben ik hier gaan zitten.
Wat zie ik daar, langs de bril van tante Jo? Is dat een spin aan een draadje? Zal ik het haar zeggen, of zal ik hem zijn gang laten gaan? Nu mag ik ook al niet lachen. Ze zal wel denken dat ik haar uitlach.
Ze zegt dat het een mooier portret wordt, als ik niet lach. Dat geloof ik niet, maar dan zal ze het weten ook. Ik zet mijn ergste serieuze gezicht op. Dat is niet moeilijk, want ik ben het zat. Nu loopt er ook zweet in mijn oog. Ik veeg het toch weg, als ze even niet kijkt.
Tante Jo ziet het natuurlijk toch. Ze ziet alles. En alles komt op het schilderij, denk ik. Wat zegt ze nu?
Nou, dat viel mee. Ik mocht het zweet wegvegen en toen ik zei dat ik moest plassen, mocht ik gewoon gaan. Kon zij ook even haar armen en benen strekken, zei ze. Ik heb zelfs een glas limonade gekregen. Nu hoop ik dat ze niet lang meer nodig heeft, anders moet ik nog een keer.
Kan ze gedachten lezen? Nog eventjes. Dat is goed. Maar waarom frunnikt ze nu aan mijn haar en het hoedje? Dat kriebelt. Ze komt zo dichtbij dat ik de spin weg kan halen. Zal ik het doen?
Kijk nou, tante Jo kan lachen. Ze maakt zelfs een grapje. Maar nu moet ik weer zo blijven zitten. Heel stil.
Mijn broertje en zusje zijn verdwenen. Ze zijn vast binnen aan het spelen. Er zoemt een vlieg om mijn hoofd. Ik krijg er jeuk van en ik heb het zo warm.
Morgen, morgen gaan we naar opa en oma. Dan mag ik vast op de pony. Pony’s zijn lief en zacht. Ik wil er ook één, maar mama zegt dat dat niet kan. Op mijn pony zou ik allang weggereden zijn, zonder hoedje.
Hè? Wat zegt ze nu? Ogen open? Die waren toch niet dicht? Nu lachen tante Jo en mama samen. Dat is naar, ik doe toch mijn best?
Echt waar? Weg, met dat hoedje. En die warme kleren. Ja mama, dat doe ik binnen.
Ze is weg. Mag ik nu dat lekkers?